ECLI:NL:CRVB:2014:989
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Toepassing vertrouwensbeginsel bij verrekening WW-uitkering directeur-grootaandeelhouder
Appellant ontving een WW-uitkering en kreeg toestemming om een eigen bedrijf te starten. Het UWV verrekende later het belastbaar loon als directeur-grootaandeelhouder met de WW-uitkering en vorderde een bedrag terug. Appellant beriep zich op het vertrouwensbeginsel, stellende dat hem was toegezegd dat alleen de winst uit onderneming zou worden verrekend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de toezegging niet ondubbelzinnig was en dat het UWV terecht het loon had betrokken. In hoger beroep heeft appellant met verklaringen van de re-integratiecoach aannemelijk gemaakt dat tijdens een gesprek in februari 2008 expliciet was medegedeeld dat alleen de winst uit onderneming zou worden meegenomen.
De Raad stelt dat de toezeggingen uitdrukkelijk, ondubbelzinnig en onvoorwaardelijk waren en gedragsbepalend voor de gekozen bedrijfsstructuur. Het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt daarom gehonoreerd. Het UWV moet de terugvordering herberekenen uitgaande van de winst uit onderneming en een nieuwe beslissing nemen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen de terugvordering te herberekenen uitgaande van de winst uit onderneming en een nieuwe beslissing te nemen.