ECLI:NL:CRVB:2015:1087
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit minister over vordering meerinkomen studiefinanciering 2010
Appellante ontving in 2010 studiefinanciering en kreeg later een vordering wegens meerinkomen opgelegd op basis van het door de Belastingdienst vastgestelde verzamelinkomen. Zij stelde dat haar inkomen lager was door terugvordering van een WAJONG-uitkering, maar dit werd niet als nieuw feit erkend.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek van appellante om herziening van het besluit van 2 februari 2013 terecht werd afgewezen omdat het verzamelinkomen niet was gewijzigd. De Raad onderschrijft dit oordeel en wijst ook het beroep op schending van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol en artikel 6 EVRM Pro af.
De Raad benadrukt dat de terugbetaling van de uitkering in een later jaar het inkomen over 2010 niet wijzigt en dat de minister gebonden is aan het door de Belastingdienst vastgestelde inkomen. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van de minister tot vaststelling van de vordering wegens meerinkomen over 2010 en wijst het beroep van appellante af.