ECLI:NL:CRVB:2015:1316
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loongerelateerde WGA-uitkering en overschrijding redelijke termijn
Appellant had bezwaar gemaakt tegen besluiten van het Uwv betreffende zijn loongerelateerde WGA-uitkering en de mate van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank had het beroep tegen het besluit van 18 februari 2011 gegrond verklaard en het Uwv opgedragen een nieuw besluit te nemen. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het besluit van 12 december 2012 vernietigd voor zover daarin de mate van arbeidsongeschiktheid op 35,43% werd vastgesteld en de resterende verdiencapaciteit op € 1.669,36.
De Raad bevestigt dat de medische beoordeling van de beperkingen van appellant juist is en onderschrijft de geschiktheid van de functies soldering technician, monteur, draadweefster en medewerker assemblage. De toevoeging van de functie naaister is geoorloofd en leidt niet tot een wijziging van de arbeidsongeschiktheidsklasse. De zomerbonus van € 554,53 dient bij de berekening van het maatmaninkomen te worden meegenomen, maar dit leidt niet tot een hoger arbeidsongeschiktheidspercentage dan 36,83%.
Verder oordeelt de Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van de procedure met bijna acht maanden is overschreden, waardoor de Staat en het Uwv elk een schadevergoeding van € 500,- aan appellant moeten betalen. Het Uwv wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Arbeidsongeschiktheidspercentage vastgesteld op 36,83% met schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.