ECLI:NL:CRVB:2015:1394
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen bij tijdelijk dienstverband
Appellante, een detacheringsbedrijf in de logistieke sector, had een werknemer met een tijdelijk dienstverband die uitviel wegens klachten aan zijn linker pols en geopereerd werd. Het dienstverband eindigde op 27 februari 2012. Het UWV kende de werknemer een Ziektewetuitkering toe en legde appellante een loonsanctie op wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen tijdens een stagnatieperiode van 13 weken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat zij geen re-integratieactiviteiten had ondernomen, ondanks dat de werknemer zich niet altijd aan afspraken hield en een operatie had ondergaan. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het tijdelijke karakter van het dienstverband en de onwillige houding van de werknemer haar verplichtingen beperkte.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante ook bij een tijdelijk dienstverband gehouden is tot re-integratie-inspanningen, waarbij het niet ondernemen van activiteiten en het niet benutten van het netwerk binnen de sector onvoldoende waren gemotiveerd. De Raad verwierp het beroep en bevestigde de loonsanctie, waarbij ook de berekening van het te verhalen bedrag werd goedgekeurd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen van appellante.