ECLI:NL:CRVB:2015:147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek intrekking en terugvordering bijstand wegens ontbreken nieuw feit
Appellant verzocht herziening van het besluit van 30 juli 2001 waarbij het college de bijstand introk en de kosten terugvorderde wegens het niet overleggen van bankafschriften van een verzwegen rekening. Het college wees dit verzoek af omdat de overgelegde bankafschriften geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden vormden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het toetsingskader onjuist was toegepast, omdat het ging om een duuraanspraak en een minder terughoudende toetsing vereist zou zijn voor de toekomst.
De Raad oordeelde dat het hier ging om een besluit over een verleden periode en dat het reguliere toetsingskader van artikel 4:6 Awb Pro juist was toegepast. Ook stelde de Raad vast dat het feit dat appellant pas later over bankafschriften kon beschikken niet betekent dat deze als nieuw feit konden gelden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt afgewezen omdat de bankafschriften geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormen.