ECLI:NL:CRVB:2015:1506
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk als bakkerijmedewerker
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WIA-uitkering per 30 oktober 2012 te beëindigen, omdat hij volgens het UWV geschikt was voor zijn eigen werk als medewerker bakkerij. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat hij zowel lichamelijk als psychisch meer beperkt was dan vastgesteld, onderbouwd met rapporten van psychiaters en een verzoek tot benoeming van een deskundige.
De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundige onderzoek, inclusief de expertise van psychiater Kondakçi, zorgvuldig en deugdelijk was. De beperkingen van appellant waren adequaat in de Functionele Mogelijkhedenlijst verwerkt en er was geen overtuigend medisch bewijs dat het oordeel van het UWV betwistte. De brief van psychiater Aten kon niet leiden tot een andere conclusie, mede omdat de behandeling pas na de peildatum was gestart.
De Raad stelde vast dat geschiktheid voor het eigen werk in beginsel uitsluit dat sprake is van arbeidsongeschiktheid, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen, wat hier niet het geval was. De arbeidsdeskundige had bovendien overtuigend toegelicht dat appellant zijn eigen werk kon verrichten. Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De WIA-uitkering van appellant wordt per 30 oktober 2012 beëindigd vanwege geschiktheid voor eigen werk.