ECLI:NL:CRVB:2010:BL2913
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, die sinds januari 2005 wegens vermoeidheids- en rugklachten uitviel, verzocht om een WIA-uitkering. Het UWV stelde per 25 januari 2007 vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het UWV voldoende rekening had gehouden met haar beperkingen en dat zij geschikt was voor haar eigen werk.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen niet juist waren vastgesteld en dat zij niet in staat was om arbeid te verrichten. Zij verzocht tevens om aanhouding wegens nog lopende medische onderzoeken. De Raad oordeelde dat de vooronderstelling dat geschiktheid voor het eigen werk leidt tot onvoldoende arbeidsongeschiktheid ook bij de WIA geldt, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. In dit geval waren dergelijke omstandigheden niet aannemelijk.
De Raad stelde vast dat het UWV een adequate en toereikende grondslag had voor het bestreden besluit en dat de medische gegevens, waaronder rapportages van specialisten, zorgvuldig waren meegewogen. De Raad zag geen aanleiding om het verzoek tot nadere medische informatie in te willigen en hield vast aan de eerdere beoordeling. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellante geschikt is voor haar eigen werk en de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt.