ECLI:NL:CRVB:2015:1509
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als huishoudelijke hulp en viel uit wegens rug-, nek- en schouderklachten. Het UWV stelde vast dat zij vanaf 30 juli 2012 niet arbeidsongeschikt genoeg was voor een WIA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit in hoger beroep.
De medische beoordeling door verzekeringsartsen, ondersteund door rapporten van specialisten en een revalidatiearts, toonde aandoeningen aan de cervicale wervelkolom en linkerarm, aspecifieke rugklachten en spanningsklachten. De beperkingen zijn vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst en zijn niet betwist door aanvullend medisch onderzoek.
De arbeidskundige beoordeling concludeerde dat de belastbaarheid van appellante niet wordt overschreden door de functies die zij theoretisch zou kunnen vervullen. De Raad acht de medische en arbeidskundige grondslagen deugdelijk en ziet geen aanleiding tot een ander oordeel. Het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente wordt afgewezen en de proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.