ECLI:NL:CRVB:2015:1547
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- F. Hoogendijk
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en herziening bijstand wegens autohandel en niet-naleving inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een signaal van de RDW dat achttien auto’s op haar naam stonden, stelde de gemeente een onderzoek in. Het college trok bijstand in over diverse maanden wegens autohandel en herzag bijstand wegens niet gemelde inkomsten. Tevens werd een maatregel opgelegd wegens schending van de inlichtingenverplichting.
Appellante voerde aan geen autohandel te hebben gepleegd en stelde dat de auto’s op haar naam stonden vanwege praktische redenen. Zij stelde dat de ontvangen bedragen leningen waren voor zorgkosten en niet als giften moesten worden aangemerkt. De Raad oordeelde echter dat het college aannemelijk had gemaakt dat relevante transacties hadden plaatsgevonden en appellante onvoldoende objectief bewijs leverde om dit tegenbewijs te leveren.
De Raad stelde vast dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Ook werden de ontvangen bedragen terecht als giften en inkomen aangemerkt. Dringende redenen om af te zien van terugvordering werden niet aangetoond. De opgelegde maatregel was materieel juist en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking, herziening en maatregel worden bevestigd.