ECLI:NL:CRVB:2012:BX1925
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en verlaging bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en ontving op 8 januari 2008 een storting van €18.771,74 die zij niet aan het college meldde, waardoor zij haar inlichtingenplicht schond. Het college trok de bijstand over de periode van 8 januari tot en met 6 september 2008 in en vorderde de kosten van bijstand terug. Tevens verlaagde het college de bijstand met 50% gedurende twee maanden wegens de schending van de inlichtingenplicht.
Appellante voerde aan dat er rekening gehouden moest worden met een schuld van €4.000 die zij had aangegaan, maar de Raad oordeelde dat deze schuld niet aannemelijk was gemaakt en dat er geen daadwerkelijke terugbetalingsverplichting bestond. Ook stelde appellante dat het college nalatig was geweest omdat het op de hoogte was van de te verwachten uitbetaling, maar de Raad vond dat dit appellante niet ontslaat van haar eigen meldingsplicht.
De Raad concludeerde dat het college terecht alleen rekening hield met de toename van het vermogen en dat de verlaging van de bijstand conform de verordening juist was vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en verlaging van de bijstand bevestigd.