ECLI:NL:CRVB:2015:1577
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- R. Kooper
- W.J.A.M. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen op ontslagbesluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant was werkzaam bij de gemeente Drimmelen en heeft op eigen verzoek ontslag gekregen per 1 juni 2012, met een ontslagregeling waarbij een vergoeding van vijf bruto maandsalarissen werd toegekend. Na het ontslagbesluit van 11 juni 2012 verzocht appellant het college om herziening, stellende dat sprake was van een wilsgebrek en misbruik van positie door het college. Het college weigerde terug te komen op het ontslagbesluit wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond, omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die een herziening rechtvaardigen. In hoger beroep stelde appellant dat het inroepen van ongeldigheid van de ontslagregeling vanwege een wilsgebrek een nieuw feit zou zijn. De Raad oordeelde echter dat het enkele inroepen van ongeldigheid geen nieuw feit of veranderde omstandigheid is, vooral omdat appellant deze argumenten ook in bezwaar had kunnen aanvoeren.
De Raad overwoog dat medische stukken die appellant aanvoerde buiten beschouwing moesten blijven omdat deze niet tijdig waren ingediend en niet concreet genoeg waren om een wilsgebrek aan te tonen. Het college had daarom op goede gronden geweigerd terug te komen op het ontslagbesluit. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het college mocht terecht weigeren terug te komen op het ontslagbesluit wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.