ECLI:NL:CRVB:2015:1611
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college inzake bijstandsaanvraag wegens onvoldoende onderzoek woon- en leefsituatie
Appellante had bijstand ontvangen op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) als alleenstaande ouder, maar het college trok deze bijstand in omdat zij en haar kinderen niet op het opgegeven adres zouden wonen. Na bezwaar en beroep werd dit besluit gehandhaafd. Appellante diende vervolgens een nieuwe aanvraag in met gewijzigde omstandigheden, waarbij zij aangaf dat haar oudste dochter elders woont.
Het college wees de aanvraag af omdat appellante niet had aangetoond dat zij aan de voorwaarden voor bijstand voldeed. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat het college geen nader onderzoek had gedaan, zoals een huisbezoek, terwijl zij haar gewijzigde situatie had onderbouwd met een GBA-uittreksel en een persoonlijke verklaring.
De Raad oordeelt dat appellante voldoende heeft onderbouwd dat zij nog op het opgegeven adres woont en dat het college daarom verplicht was nader onderzoek te verrichten. Het college had niet mogen volstaan met afwijzing zonder nadere gegevens of huisbezoek. Het besluit is daarom niet zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd, wat leidt tot vernietiging.
De Raad kan zelf niet in de zaak voorzien vanwege onvoldoende gegevens en draagt het college op om binnen zes weken het bezwaar opnieuw te beoordelen met inachtneming van de overwegingen. Hiermee wordt beoogd een definitieve beslechting van het geschil te bereiken.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd en de aanvraag om bijstand moet opnieuw worden beoordeeld.