ECLI:NL:CRVB:2015:459
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herstel besluit college over gewijzigde omstandigheden bij aanvraag bijstand na intrekking wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar deze werd ingetrokken omdat het college stelde dat zij een gezamenlijke huishouding voerde met R. Na intrekking vroeg zij opnieuw bijstand aan, maar het college wees de aanvraag af wegens het ontbreken van aantoonbare gewijzigde omstandigheden.
Appellante stelde dat zij geen gezamenlijke huishouding meer voerde en nodigde het college uit voor een huisbezoek ter verificatie. Het college verrichtte echter geen nader onderzoek en wees de aanvraag af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college had moeten onderzoeken of de gestelde gewijzigde omstandigheid, namelijk het ontbreken van spullen van R in de woning, daadwerkelijk bestond. Het college handelde in strijd met de zorgvuldigheids- en motiveringseisen door dit na te laten.
De Raad draagt het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarin het gebrek wordt hersteld en de aanvraag opnieuw wordt beoordeeld. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldig en onderbouwd onderzoek bij aanvragen na intrekking van bijstand wegens gezamenlijke huishouding.
Uitkomst: Het college wordt opgedragen binnen zes weken het besluit te herstellen en de aanvraag om bijstand opnieuw te beoordelen met inachtneming van de uitspraak.