ECLI:NL:CRVB:2015:1619
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bijstandstoekenning zonder terugwerkende kracht bij ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar deze werd ingetrokken met ingang van mei 2012. Zij meldde zich opnieuw in december 2012 voor bijstand, die haar vanaf die datum werd toegekend. Het college wees een verzoek om bijstand met terugwerkende kracht af vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat eerdere bijstand gerechtvaardigd was, maar de Raad volgde dit niet. Volgens vaste rechtspraak wordt bijstand in principe niet met terugwerkende kracht toegekend, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
Appellante kon niet aannemelijk maken dat zij niet tijdig kon aanvragen of werd belemmerd in het doen van een aanvraag. Ook het ontbreken van kennis over haar recht op bijstand of het handelen van de Kredietbank Rotterdam rechtvaardigde geen terugwerkende bijstand. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de bijstand wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.