ECLI:NL:CRVB:2015:1633
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WIA-uitkering wegens overschrijding inkomensgrens zonder aanzegging
De Centrale Raad van Beroep behandelde het hoger beroep tegen het besluit van het UWV om de WIA-uitkering van de betrokkene per 1 januari 2013 in te trekken. De betrokkene was overleden, waarna zijn erven de procedure voortzetten. De rechtbank had het beroep van betrokkene ongegrond verklaard, stellende dat de termijn van één jaar voor het beëindigen van de uitkering start op het moment dat de arbeidsongeschiktheid feitelijk eindigt, zonder dat een aanzegging nodig is.
In hoger beroep voerden de appellanten aan dat de termijn een uitlooptermijn is die vooraf moet worden aangezegd, zodat de verzekerde zich kan voorbereiden op het einde van de uitkering. Ook werd betwist dat de loonwaarde van 20 uur per week correct was vastgesteld, omdat betrokkene slechts 18 uur zou hebben gewerkt.
De Raad onderschreef het eerdere oordeel dat artikel 56, derde lid, van de Wet WIA geen formeel besluit vereist voor het starten van de termijn en dat het gaat om een feitelijke vaststelling dat de verzekerde meer verdiende dan 65% van het maatmaninkomen. De Raad bevestigde dat de loonwaarde van 20 uur per week terecht werd gehanteerd, gelet op de uitbetalingen en de Functionele Mogelijkhedenlijst. Het hoger beroep werd daarom afgewezen.
Daarnaast wees de Raad het verzoek om vergoeding van wettelijke rente af en zag geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 mei 2015.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WIA-uitkering en wijst het hoger beroep af.