ECLI:NL:CRVB:2015:1646
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
Een werknemer viel op 26 april 2010 uit wegens whiplash klachten. Het UWV verlengde het recht op loondoorbetaling tijdens ziekte met 52 weken tot 22 april 2013 vanwege onvoldoende re-integratie-inspanningen door de werkgever. De werkgever maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat de werkgever te laat was gestart met re-integratie en onvoldoende inspanningen had verricht, mede omdat de bedrijfsarts de beperkingen van de werknemer te ernstig inschatte.
De werkgever ging in hoger beroep en voerde aan dat de re-integratie-inspanningen passend waren gezien de medische situatie van de werknemer. Een arts-gemachtigde stelde dat de bedrijfsarts adequaat had gehandeld volgens de richtlijnen voor whiplash. Het UWV handhaafde haar standpunt dat de werkgever tekort was geschoten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht de loonsanctie had opgelegd. De medische rapporten van het UWV toonden aan dat de beperkingen van de werknemer minder ernstig waren dan door de bedrijfsarts was ingeschat, waardoor re-integratiekansen waren gemist. Het klachtcontingente beleid van de bedrijfsarts werd afgewezen. De werkgever is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de door haar ingeschakelde deskundigen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door de werkgever wordt bevestigd.