ECLI:NL:CRVB:2015:1652
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid en weigering IVA-uitkering op voetklachten
Appellante is met ingang van 9 maart 2011 volledig arbeidsongeschikt verklaard door een combinatie van blijvende voetklachten en niet-blijvende psychische klachten. In hoger beroep staat alleen de vraag centraal of de voetklachten leiden tot duurzame volledige arbeidsongeschiktheid die recht geeft op een IVA-uitkering.
Het UWV heeft op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en rapporten van arbeidsdeskundige en verzekeringsarts bezwaar en beroep geconcludeerd dat appellante minimaal drie functies kan verrichten, waardoor haar arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is. Appellante betwist dit en voert aan dat de functies onvoldoende rekening houden met haar beperkingen en opleidingsniveau.
De Raad stelt vast dat de beperkingen door voetklachten juist zijn weergegeven in de FML en dat de gehanteerde functiemethodiek, het CBBS-systeem, als rechtens aanvaardbaar wordt beschouwd. De Raad oordeelt dat de voetklachten niet leiden tot duurzame volledige arbeidsongeschiktheid en bevestigt dat appellante terecht niet in aanmerking komt voor een IVA-uitkering.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellante.
Uitkomst: Appellante is volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt verklaard en komt daarom niet in aanmerking voor een IVA-uitkering.