ECLI:NL:CRVB:2015:1685
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overneming niet betaalde bonus over 2012 wegens onvoldoende duidelijke vordering
Betrokkene was werkzaam als verkoper bij een bedrijf en nam per 31 december 2012 ontslag. Werkgeefster stelde dat toekenning van de bonus afhankelijk was van het resultaat en de behaalde bruto marge, welke eind 2012 nog niet vaststonden. Werkgeefster ging failliet op 18 februari 2013. Betrokkene verzocht het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) om overneming van de niet betaalde bonus over 2012, berekend op €7.067,92 bruto.
Appellant weigerde dit verzoek, omdat geen duidelijke en niet aan gerede twijfel onderhevige vordering bestond. De bonusregeling was niet formeel vastgelegd in een individuele arbeidsovereenkomst of CAO, en de curator gaf aan dat geen werknemer recht had op een bonus. De rechtbank verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond en oordeelde dat een e-mail van een directeur van werkgeefster een duidelijke toezegging inhield, waardoor betrokkene aanspraak zou maken op de bonus.
In hoger beroep stelde appellant dat betrokkene niet voldeed aan de voorwaarden voor bonusuitkering, waaronder het nog in dienst zijn bij uitbetaling en het afsluiten van het boekjaar. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat alleen de voorwaarde van het nog in dienst zijn op het moment van uitbetaling niet op betrokkene van toepassing was, maar dat de overige voorwaarden niet waren vervallen of nageleefd. De vordering was daardoor niet duidelijk en niet aan gerede twijfel onderhevig.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd wegens onvoldoende duidelijke vordering tot overneming van de bonus.