Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt het algemeen bestuur in de proceskosten van appellante tot een bedrag van
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart type passagier door het dagelijks bestuur van het Stadsdeel Oost. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde, is hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
De kern van het geschil betreft de vraag of appellante voor het vervoer van deur tot deur continu afhankelijk is van de hulp van de bestuurder, een vereiste voor het verkrijgen van de gehandicaptenparkeerkaart. De medische beoordeling door de GGD-arts, die het dagelijks bestuur adviseerde, concludeerde dat appellante niet aan deze voorwaarde voldoet. Appellante stelde dat de medische adviezen onvoldoende waren en dat een deskundige had moeten worden ingeschakeld.
De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de door appellante overgelegde medische informatie geen aanleiding geeft om het oordeel van de GGD-arts te betwijfelen. De Raad wijst erop dat de neuroloog en andere artsen geen onderbouwing geven voor de stelling dat appellante continu afhankelijk is van begeleiding. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt verworpen omdat appellante geen nieuwe medische informatie heeft aangeleverd.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Wel wordt het algemeen bestuur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellante heeft moeten maken vanwege een onjuiste rechtsmiddelenverwijzing in de eerdere procedure, waardoor appellante onnodig een zitting bij de Afdeling bestuursrechtspraak heeft moeten bijwonen.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de gehandicaptenparkeerkaart wordt bevestigd.