ECLI:NL:CRVB:2015:1735
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging standplaatswijziging ambtenaar naar Utrecht door staatssecretaris
Appellant, werkzaam bij de Belastingdienst, werd per 1 juli 2012 door de staatssecretaris met ingang van die datum standplaatsgewijs verplaatst van Apeldoorn naar Utrecht. Deze wijziging volgde op organisatorische veranderingen binnen de Belastingdienst waarbij appellant werkzaam was in het team Account en Ontwerp Toezicht (A&O T), dat in Utrecht was gehuisvest en van waaruit aansturing en overleg plaatsvonden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze standplaatswijziging ongegrond, omdat het niet onredelijk was dat Utrecht als standplaats werd aangewezen gezien de feitelijke werksituatie. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de afdeling A&O T standplaats Utrecht had en dat collectieve afspraken over het behoud van standplaats werden geschonden. Tevens stelde appellant dat de wijziging in strijd was met het gelijkheidsbeginsel.
De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat de huisvesting en aansturing van het team in Utrecht plaatsvonden, en dat de standplaatswijziging daarom niet onredelijk was. De collectieve afspraken golden slechts tot het moment waarop het Landelijk Kantoor Belastingregio’s (LKB) een feit was, namelijk 1 januari 2012, en boden geen garantie tegen latere wijziging. Het gelijkheidsbeginsel werd niet geschonden omdat de situatie van appellant verschilde van die van de vergelijkbare collega B.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep van appellant af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de standplaatswijziging van appellant naar Utrecht en wijst het beroep af.