ECLI:NL:CRVB:2015:1775
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling laattijdige Wajong-aanvraag op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet
Appellant, geboren in 1975, diende in 2012 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering. Omdat hij na 1 januari 2010 aanvroeg, maar vóór die datum geboren is, wordt zijn aanspraak beoordeeld aan de hand van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW).
Het UWV wees de aanvraag af omdat niet kon worden vastgesteld dat appellant op zijn achttiende volledig of gedeeltelijk arbeidsongeschikt was. De verzekeringsarts kon op basis van beschikbare medische gegevens niet achterhalen hoe de medische toestand en belastbaarheid van appellant waren op de dag dat hij zeventien en achttien werd. Er was geen concrete informatie over psychische klachten op die leeftijd.
Aangezien de aanvraag bijna negen jaar na zijn achttiende verjaardag werd ingediend, lag de bewijslast bij appellant om zijn arbeidsongeschiktheid aan te tonen. Appellant leverde geen aanvullende medische verklaringen die de conclusies van de verzekeringsartsen konden weerleggen.
De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep verklaarden het beroep ongegrond en bevestigden het besluit van het UWV. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-aanvraag wegens onvoldoende bewijs van arbeidsongeschiktheid op de dag van de achttiende verjaardag.