ECLI:NL:CRVB:2015:1785
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen dringende redenen voor afzien van terugvordering bedrijfskrediet Bbz
Appellant startte in 2007 een groothandel en kreeg van het college een bedrijfskrediet toegekend onder het Bbz 2004. Het college vorderde het krediet inclusief rente terug wegens niet-naleving van betalingsverplichtingen. Appellanten voerden aan dat ernstige gezondheidsproblemen en financiële verslechtering dringende redenen vormden om af te zien van terugvordering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de omstandigheden van appellant, waaronder een herseninfarct en dakloosheid, weliswaar zwaar zijn, maar niet uitzonderlijk genoeg om af te zien van terugvordering. Financiële problemen en dreigend faillissement konden niet uitsluitend aan het terugvorderingsbesluit worden toegeschreven.
De Raad wees ook het argument af dat het college moreel onzorgvuldig handelde door het krediet toe te kennen. De verantwoordelijkheid voor de gevolgen lag primair bij appellant. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van het bedrijfskrediet wegens het ontbreken van dringende redenen om hiervan af te zien.