ECLI:NL:CRVB:2015:1792
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijzondere bijstand voor reeds betaalde dierenartskosten
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van de dierenarts die zij voorafgaand aan de aanvraag had gemaakt en voldaan. Het college wees de aanvraag af omdat deze kosten volgens het reguliere inkomen betaald moesten worden en de kosten al voldaan waren bij de aanvraag.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens een motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het college volgens het beleid juist had gehandeld. In hoger beroep stelde appellante dat de kosten noodzakelijk waren en dat zij schulden had gemaakt om deze te betalen. Zij voerde ook aan dat haar was toegezegd dat de kosten vergoed zouden worden.
De Raad oordeelde dat de kosten vóór de aanvraag waren betaald en dat appellante geen reële schuld aannemelijk had gemaakt. De verklaring van een lening was achteraf opgesteld en bevatte geen terugbetalingsverplichting. Tevens faalde het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat geen uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezeggingen waren gedaan.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van bijzondere bijstand bevestigd.