ECLI:NL:CRVB:2015:1808
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na beoordeling arbeidsvermogen
Appellante ontving een Ziektewetuitkering vanaf 15 februari 2012 na ziekmelding. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) beëindigde deze uitkering per 22 november 2012, omdat zij op grond van een medische beoordeling in staat werd geacht om twee functies te verrichten: inpakker en samensteller.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beëindiging ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de beperkingen zorgvuldig waren vastgesteld en rekening was gehouden met medische informatie. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij vanwege fysieke en psychische klachten niet kon werken, maar leverde onvoldoende medische onderbouwing daarvoor.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat de medische stukken, waaronder een rapport van de Sint Maartenskliniek, geen ernstige beperkingen aantonen die de beëindiging van de uitkering onrechtvaardig maken. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante terecht niet langer recht heeft op een Ziektewetuitkering.