Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 27 januari 2014 ongegrond.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant verzocht op 4 januari 2013 om een Ziektewet-uitkering voor de periode van 12 juli 1993 tot 18 december 1993. Het UWV wees de aanvraag in eerste instantie af wegens niet-ontvankelijkheid, verwijzend naar een besluit uit 1995 waartegen geen bezwaar was gemaakt. De rechtbank vernietigde dit besluit en gaf het UWV opdracht een nieuw besluit te nemen met correcte toepassing van artikel 4:6 Awb Pro.
Het UWV nam vervolgens een nieuw besluit waarin werd geoordeeld dat geen sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden die aanleiding geven tot terugkomen op het eerdere besluit. De Raad bevestigt dat appellant formeel heeft berust in het uitblijven van een uitkering omdat hij niet op het spreekuur van de verzekeringsarts is verschenen. De Raad stelt dat de aanvraag onredelijk laat is en dat het rapport van de verzekeringsarts uit 2010 geen nieuw feit is.
De Raad oordeelt dat het UWV het juiste toetsingskader heeft gehanteerd en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 27 mei 2015.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 27 januari 2014 wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.