Uitspraak
30 september 2013, 12/1259 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor het jaar 2011, dat later werd gewijzigd. Het Zorgkantoor schortte de betalingen op na een melding van mogelijk misbruik en hervatte deze na wijziging van het rekeningnummer. Bij vaststelling van het pgb werd een groot bedrag teruggevorderd wegens onvoldoende verantwoording van de besteding.
Appellante voerde aan dat haar zorgverlener fraudeerde met het pgb en dat zij vanwege haar kwetsbaarheid niet in staat was de verplichtingen na te komen. De rechtbank oordeelde dat de verantwoordelijkheid voor het pgb bij appellante ligt en dat het Zorgkantoor terecht tot terugvordering is overgegaan.
In hoger beroep bevestigt de Raad dat het besluit tot terugvordering terecht is genomen. Het pgb is een eigen verantwoordelijkheid van de verzekerde, ook als het beheer door een derde wordt uitgevoerd. Het Zorgkantoor heeft naar behoren gehandeld door betalingen op te schorten en de terugvordering is redelijk gelet op de tekortkomingen in de verantwoording.
De Raad wijst erop dat het besluit tot verlening van het pgb niet in deze procedure ter discussie kan worden gesteld omdat daartegen geen rechtsmiddelen zijn aangewend. De aangevoerde omstandigheden rechtvaardigen geen andere uitkomst.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van € 15.754,90 wegens onvoldoende verantwoording van het pgb.