ECLI:NL:CRVB:2015:185
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WGA-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellante had een WIA-uitkering aangevraagd wegens toegenomen psychische klachten. Het UWV besloot aanvankelijk dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarna bezwaar ongegrond werd verklaard. In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat de medische beoordeling onvoldoende rekening hield met de ernst van haar depressieve stoornis en lichte zwakzinnigheid.
De Raad raadpleegde onafhankelijke psychiaters die concludeerden dat appellante op de relevante datum volledig arbeidsongeschikt was. Het UWV wijzigde daarop haar besluit en kende een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, maar stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vanaf 1 september 2010 op 40,62%, wat de Raad onvoldoende onderbouwd achtte.
De Raad vernietigde de eerdere besluiten en stelde zelf de arbeidsongeschiktheid vanaf 1 september 2010 vast op 80 tot 100%. Tevens werd een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn en werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente.
Uitkomst: De Raad vernietigt de besluiten en stelt de arbeidsongeschiktheid vanaf 1 september 2010 vast op 80 tot 100%.