ECLI:NL:CRVB:2015:1866
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing arbeidsongeschiktheid op 17-jarige leeftijd
Appellante heeft meerdere aanvragen ingediend voor een Wajong-uitkering wegens manische depressiviteit, waarbij de aanvragen zijn afgewezen vanwege onvoldoende medische onderbouwing en procedurele bezwaren.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep ongegrond omdat de verzekeringsartsen concludeerden dat appellante op haar zeventiende niet zodanig functioneel beperkt was dat zij niet kon werken of ten minste 75% van het maatmaninkomen kon verdienen. De enige medische informatie over die periode betrof een brief van een Tunesische psychiater over een opname in 1996, zonder details over de duur of ernst, en met vermelding van verbetering.
In hoger beroep stelde appellante dat zij sinds 1996 manisch depressief was en volledig arbeidsongeschikt vanaf haar achttiende, ondersteund door latere medische brieven. De Raad oordeelde echter dat deze stukken niet relevant zijn voor de periode rond haar zeventiende jaar en bevestigde het oordeel van de rechtbank dat onvoldoende medische bewijsstukken zijn overgelegd.
De Raad paste het toepasselijke recht toe op basis van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) omdat appellante voor 1980 is geboren. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, met een verbetering van de motivering, en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing van arbeidsongeschiktheid op de zeventiende verjaardag.