ECLI:NL:CRVB:2015:1956
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinaire straf wegens plichtsverzuim door tijdfraude ambtenaar
Appellant, werkzaam als bouwtechnisch medewerker bij de gemeente Geldrop-Mierlo, werd beschuldigd van plichtsverzuim door het onjuist inklokken met 'dienstreis', het wijzigen van aanvangstijdstippen in zijn digitale agenda en het bezoeken van de tandarts en een kerstlunch tijdens werktijd. Een extern onderzoeksbureau, Hoffmann bedrijfsrecherche, voerde een onderzoek uit dat leidde tot een rapport waarin deze gedragingen werden vastgesteld.
Het college legde appellant een disciplinaire straf op bestaande uit voorwaardelijk strafontslag en plaatsing in een lagere functie met vermindering van bezoldiging. Appellant voerde onder meer aan dat hij onterecht onder druk was gezet tijdens het onderzoek en dat het college het goed werkgeverschap had geschonden. De Raad oordeelde echter dat het disciplinaire onderzoek niet valt onder strafvervolging in de zin van artikel 6 EVRM Pro en dat appellant geen zwijgrecht toekwam.
De Raad stelde vast dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij onder ongeoorloofde druk had verklaard en dat het college terecht een extern bureau inschakelde voor objectief feitenonderzoek. De feiten van plichtsverzuim werden bevestigd, waaronder het bewust verkeerd inklokken en het manipuleren van de digitale agenda. De opgelegde straf werd als proportioneel beoordeeld gezien de ernst van het plichtsverzuim en eerdere waarschuwingen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de opgelegde disciplinaire straf bevestigd.