ECLI:NL:CRVB:2015:1996
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.H. Bel
- J.F. Bandringa
- S. Hindriks-Roose
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bijstand bij verblijf in buitenland langer dan vier weken zonder medische indicatie
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en meldde een gepland verblijf in India van 1 januari tot 1 maart 2013. Het college besloot dat het verblijf vanaf 30 januari 2013 niet was toegestaan vanwege overschrijding van de vier weken, waardoor over die periode geen recht op bijstand bestond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij vanwege psychische klachten een Ayurvedische behandeling in India onderging en dat het verblijf daarna noodzakelijk was voor bezinning en revalidatie.
De Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak zeer dringende redenen alleen gelden bij een acute noodsituatie, die niet aannemelijk was gemaakt. Ook was niet voldaan aan de beleidsvoorwaarde dat de medische behandeling in het buitenland op indicatie van de behandelend arts moet plaatsvinden. Appellante had geen indicatie van haar Nederlandse artsen gekregen en kon niet aantonen dat de behandeling in India medisch noodzakelijk was.
Verder faalden de beroepen op artikel 8 EVRM Pro en op gerechtvaardigde verwachtingen jegens de klantmanager. De Raad concludeerde dat het college terecht geen bijstand verleende over de periode van 30 januari tot 1 maart 2013 en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot ontzegging van bijstand wordt bevestigd.