ECLI:NL:CRVB:2014:3175
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Y.J. Klik
- F. Hoogendijk
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens overschrijding maximale verblijfsduur in buitenland zonder zeer dringende redenen
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en vertrok op 28 januari 2012 voor twee maanden naar Thailand, met het oog op een operatie en revalidatie aldaar. Het dagelijks bestuur trok de bijstand per 26 februari 2012 in, omdat de maximale duur van vier weken verblijf in het buitenland met behoud van bijstand was overschreden en geen zeer dringende redenen waren aangetoond.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze intrekking ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat er sprake was van een acute noodsituatie en dat de intrekking onredelijk was omdat het verblijf tijdelijk en gepland was. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende medische onderbouwing leverde voor een acute noodsituatie na ontslag uit het ziekenhuis en dat de reden van een later terugvluchtticket geen zeer dringende reden vormt.
Ook het beroep op redelijkheid en het verzoek tot opschorting van de intrekking faalden, omdat appellant reeds langer dan vier weken in het buitenland verbleef en tijdig was geïnformeerd over de intrekking. De Centrale Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 26 februari 2012 wegens overschrijding van de maximale verblijfsduur in het buitenland zonder zeer dringende redenen wordt bevestigd.