Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
het besluit van 11 april 2012 in stand blijven;
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkgever van een werknemer die wegens psychische klachten arbeidsongeschikt raakte, kreeg van het UWV een loonsanctie opgelegd wegens vermeende administratieve tekortkomingen in het re-integratieverslag. Het UWV stelde dat het re-integratieverslag onvolledig was en dat onvoldoende re-integratie-inspanningen waren verricht, wat leidde tot verlenging van de loondoorbetalingsperiode.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond, maar stelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom een neuropsychologisch onderzoek noodzakelijk was. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het UWV inmiddels alle voorgeschreven stukken heeft ontvangen, waardoor het stadium voor een administratieve loonsanctie is gepasseerd. De Raad benadrukt dat het UWV alleen nog een inhoudelijke loonsanctie kan opleggen, maar dat dit in deze procedure niet ter beoordeling staat.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de rechtsgevolgen daarvan, herroept het besluit van 3 januari 2012 en veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellante. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot oplegging van een administratieve loonsanctie wordt herroepen omdat het UWV over alle vereiste documenten beschikt.