Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraken;
- wijst het verzoek om veroordeling tot schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als keukenhulp, meldde zich ziek vanaf juni 2009. Het UWV besloot in juni 2011 geen WIA-uitkering toe te kennen omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en oordeelde dat de werkgever voldoende re-integratie-inspanningen had verricht. Appellant stelde beroep in tegen deze besluiten.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de WIA-uitkering niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het niet opleggen van een loonsanctie af. In hoger beroep stelde appellant dat hij tegen beide beslissingen beroep had ingesteld en dat de rechtbank ten onrechte zijn werkgever niet als getuige had opgeroepen en onvoldoende rekening had gehouden met zijn re-integratiemogelijkheden binnen het bedrijf.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het beroepschrift zich uitsluitend richtte op de loonsanctie en dat het beroep tegen de WIA-uitkering te laat was ingediend. Verder bevestigde de Raad dat het UWV voldoende onderzoek had gedaan naar de mogelijkheden tot herplaatsing binnen het bedrijf, waaronder functies als keukenhulp zonder afwaswerkzaamheden en in de bediening, en dat de werkgever niet nalatig was in zijn re-integratie-inspanningen.
Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraken bevestigd. Er werd geen schadevergoeding toegekend en geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraken worden bevestigd.