ECLI:NL:CRVB:2015:2127
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij huur hennepplantage
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand en woonde in een huurwoning. Later werd in een andere woning die zij huurde een hennepplantage aangetroffen. Appellante meldde deze huur niet aan het dagelijks bestuur, wat een schending van de inlichtingenverplichting opleverde.
Het dagelijks bestuur trok de bijstand over de periode van de huur van de woning met de hennepplantage in en vorderde de kosten terug. Appellante stelde dat zij de woning aan haar ex-vriend had onderverhuurd en niet betrokken was bij de hennepkwekerij, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de schending van de inlichtingenverplichting een rechtsgrond vormt voor intrekking van de bijstand als niet kan worden vastgesteld of de betrokkene recht had op bijstand. Appellante slaagde er niet in dit te bewijzen, waardoor het besluit rechtmatig was.
De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.