ECLI:NL:CRVB:2015:2132
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet-woonachtig op opgegeven adres
Appellant diende op 1 september 2012 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van De Friese Meren. Hij stond ingeschreven op een adres waar hij een gemeubileerde kamer huurde. Tijdens een huisbezoek constateerden rapporteurs dat appellant feitelijk niet op dat adres woonde, maar bij zijn vriendin verbleef.
Het college wees de aanvraag af omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij op het opgegeven adres woonachtig was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betwistte appellant voor het eerst de bevindingen van het huisbezoek, maar kon dit niet onderbouwen met objectieve gegevens.
De Raad oordeelde dat het aangaan van een huurovereenkomst onvoldoende is om het woonadres vast te stellen en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk op het opgegeven adres woonde. De afwijzing van de bijstandsaanvraag werd bevestigd en het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag is terecht afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij woonachtig was op het opgegeven adres.