ECLI:NL:CRVB:2015:2134
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand onterecht gebaseerd op pintransacties en afsluiting nutsvoorzieningen
Appellant ontving bijstand vanaf 7 september 2011 en gaf op dat hij woonde op een specifiek adres. Het bestuur stelde op basis van pinbetalingen in Eindhoven, afsluiting van gas en elektriciteit en een huisbezoek dat appellant niet op het opgegeven adres woonde en trok de bijstand in vanaf die datum.
De Raad oordeelde dat pinbetalingen niet voldoende bewijs zijn om te concluderen dat appellant niet woonde op het opgegeven adres, mede omdat appellant medische redenen had voor zijn aanwezigheid in Eindhoven. Ook de afsluiting van gas en elektriciteit was onvoldoende om te concluderen dat appellant niet woonde op het adres, aangezien hij gebruikmaakte van voorzieningen van de buurman en onder primitieve omstandigheden bleef wonen.
Wel was het huisbezoek op 20 juni 2012 een gegronde reden om te concluderen dat appellant vanaf die datum niet meer op het adres woonde. Daarom was intrekking van de bijstand vanaf 20 juni 2012 gerechtvaardigd. De Raad vernietigde het besluit voor de periode tot 19 juni 2012 en de terugvordering over die periode en veroordeelde het bestuur tot vergoeding van kosten en griffierechten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering over de periode 7 september 2011 tot en met 19 juni 2012 worden vernietigd; intrekking vanaf 20 juni 2012 blijft gehandhaafd.