ECLI:NL:CRVB:2015:2156
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.C.R. Schut
- C.H. Rombouts
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens hennepknipperij in schuur
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) als alleenstaande ouder. Op 11 maart 2013 ontdekte de politie in haar schuur een hennepknipperij met grote hoeveelheden henneptoppen en planten, inclusief technische voorzieningen zoals een koolstoffilter en ventilator. Naar aanleiding hiervan trok het dagelijks bestuur van de Uitvoeringsorganisatie Baanbrekers de bijstand over de periode van 1 maart tot 1 april 2013 in en vorderde de kosten terug.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij geen wetenschap had van de hennepknipperij en geen inkomsten daaruit had genoten. Zij stelde dat de hennepknipperij pas na haar vertrek die dag was ingericht en dat zij geen toestemming had gegeven. Ook wees zij op het verschil tussen een hennepknipperij en een hennepkwekerij.
De Raad oordeelde dat het aantreffen van een hennepknipperij in de schuur de vooronderstelling rechtvaardigt dat appellante (mede)exploitant was en inkomsten had genoten. De enkele ontkenning en het ontbreken van bewijs voor het tegendeel waren onvoldoende. De aanwezigheid van technische voorzieningen en recent gespoten purschuim duidden op kennis van de hennepknipperij. Door geen melding te maken van deze situatie heeft appellante haar inlichtingenplicht geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstand bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens hennepknipperij in de schuur van appellante wordt bevestigd.