Uitspraak
18 4485 PW
PROCESVERLOOP
.Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen sinds 1997 bijstand en waren in juni 2016 betrokken bij een hennepknipperij op hun woonadres, wat leidde tot intrekking en terugvordering van de bijstand over die maand. De woning werd gesloten op grond van de Opiumwet, waarna appellanten tijdelijk bij familie en vrienden verbleven, waarbij de kostendelersnorm werd toegepast.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit in hoger beroep. De Raad oordeelt dat appellanten de inlichtingenverplichting hebben geschonden door de hennepknipperij niet te melden en dat het recht op bijstand over juni 2016 daardoor niet vast te stellen is. Ook de toepassing van de kostendelersnorm tijdens het tijdelijk verblijf is terecht, omdat appellanten onvoldoende hebben aangetoond dat zij dubbele lasten droegen of bijzondere omstandigheden hadden.
De Raad benadrukt dat het recht op bijstand per maand wordt vastgesteld, waardoor intrekking over de gehele maand gerechtvaardigd is, en dat individuele afstemming op grond van artikel 18 PW Pro slechts in zeer bijzondere situaties plaatsvindt, die hier niet aannemelijk zijn gemaakt. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand over juni 2016 en de toepassing van de kostendelersnorm tijdens tijdelijk verblijf.