ECLI:NL:CRVB:2015:2167
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering onterecht wegens onveilige werkomstandigheden en tekortschietende werkgever
Appellant trad op 5 november 2012 in dienst bij een werkgever op basis van een oproepovereenkomst en nam op 12 november 2012 ontslag vanwege onveilige werkomstandigheden en het ontbreken van adequate veiligheidsmaatregelen na een bedrijfsongeval waarbij hij blijvend letsel opliep.
Het UWV weigerde de WW-uitkering blijvend geheel omdat appellant door eigen toedoen passende arbeid niet had behouden. Zowel de rechtbank als het UWV vonden dat appellant het dienstverband had moeten voortzetten en zijn klachten had moeten melden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de door appellant geschetste werkomstandigheden onveilig waren en dat de werkgever onvoldoende had gedaan om de veiligheid te waarborgen. Ook het verlies van vertrouwen door de reactie op diefstal speelde mee. Onder deze omstandigheden kon van appellant niet redelijkerwijs worden gevergd het dienstverband voort te zetten.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en droeg het UWV op een nieuw besluit te nemen. De werkloosheid van appellant was niet verwijtbaar, waardoor de WW-uitkering niet geweigerd had mogen worden.
Uitkomst: De weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd omdat appellant vanwege onveilige werkomstandigheden en tekortschietende werkgever niet verwijtbaar werkloos is geworden.