Uitspraak
6 februari 2014, 13/5566 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
Appellant heeft zich herhaaldelijk niet aan gemaakte afspraken gehouden door:
De minister heeft genoegzaam aangetoond dat hij de benodigde financiële gegevens niet van appellant heeft ontvangen. Appellant heeft het tegendeel niet aannemelijk gemaakt. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat appellant, in verband met de vereiste ambtelijke integriteit en het tegengaan van veiligheidsrisico’s, verplicht was de gegevens over zijn financiële positie ter beschikking te stellen. Daarbij is van belang dat de Gedragscode Dienst Justitiële Inrichtingen een meldplicht bevat voor het geval een medewerker zijn financiële verplichtingen niet kan nakomen. Door financiële problemen loopt de integriteit van de medewerker gevaar, omdat hij extra kwetsbaar wordt voor chantage, omkoping en belangenverstrengeling. Ondanks herhaalde verzoeken heeft appellant geen duidelijkheid verschaft over zijn schuldenpositie. Daarmee heeft hij onvoldoende verantwoordelijkheidsbesef getoond voor zijn positie bij de Dienst Justitiële Inrichtingen. De minister heeft hem meerdere keren gewaarschuwd en gewezen op het veiligheidsrisico. Door zijn weigerachtige houding heeft appellant zich niet als een integer en betrouwbaar ambtenaar gedragen. De gedragingen zijn terecht als ernstig plichtsverzuim aangemerkt. Niet gebleken is dat het plichtsverzuim niet aan appellant kan worden toegerekend. Het beroep van appellant op zijn psychische gesteldheid is niet met medische stukken onderbouwd. Het strafontslag is, gelet op de ernst van het plichtsverzuim, niet onevenredig aan dit verzuim. De minister heeft terecht meegewogen dat aan ambtenaren, die werkzaam zijn bij de Dienst Justitiële Inrichtingen, extra hoge eisen mogen worden gesteld op het punt van integriteit en onkreukbaarheid. Appellant had, mede gelet op zijn langdurige staat van dienst, de ernst van de situatie in ogenschouw moeten nemen en hiernaar moeten handelen. Hij heeft zijn ambtsplicht ernstig verzaakt door de financiële gegevens niet ter beschikking te stellen. Dat hij geen gebruik heeft gemaakt van de hem geboden hulp, dient voor zijn rekening en risico te blijven. Hierbij komt dat appellant vanwege de schriftelijke berisping in 2010 wist dat het niet nakomen van afspraken gevolgen zou kunnen hebben voor zijn dienstverband.