ECLI:NL:CRVB:2015:2212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- J.R. Riphagen
- P.H. Banda
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV over geen recht op WIA-uitkering wegens geen toename beperkingen
Appellante, laatst werkzaam als aardbeienplukster, meldde zich ziek met rugklachten en kreeg in 2010 geen WIA-uitkering toegekend wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Na een melding van verslechtering in 2012 stelde het UWV vast dat er geen toename van beperkingen was, waarna het bezwaar van appellante ongegrond werd verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het besluit ongegrond, omdat de arbeidsdeskundige had vastgesteld dat de geduide functies geschikt waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de functies niet geschikt waren vanwege te hoge fysieke belasting en onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal.
De Raad oordeelde dat de verzekeringsgeneeskundige beoordeling niet ter discussie stond en dat de arbeidsdeskundige de geschiktheid van de functies gemotiveerd had onderbouwd. De functies voldeden aan het opleidingsniveau van appellante en vereisten slechts een eenvoudige beheersing van de Nederlandse taal, die zij kon verwerven. Ook de fysieke belasting van het reiken in de functie medewerker operations was acceptabel.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op WIA-uitkering wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen en de geschiktheid van de geduide functies.