ECLI:NL:CRVB:2015:2234
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens op geld waardeerbare werkzaamheden
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB vanaf oktober 2010. Naar aanleiding van een anonieme melding en onderzoek van de sociale recherche bleek dat appellante en appellant op geld waardeerbare werkzaamheden verrichtten bij een stichting voor gezinszorg.
Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug over de periode van december 2010 tot december 2012. Appellanten voerden in bezwaar en beroep onder meer aan dat het onderzoek onvoldoende was, getuigenverklaringen onbetrouwbaar en dat zij geen melding hoefden te maken van hun werkzaamheden.
De Raad oordeelde dat de onderzoeksresultaten en getuigenverklaringen voldoende en consistent waren, dat appellanten de inlichtingenplicht hadden geschonden en dat het college terecht de bijstand had ingetrokken en teruggevorderd. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.