ECLI:NL:CRVB:2015:2343
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nieuwe bijstandsaanvraag na eerdere intrekking wegens onvoldoende wijziging omstandigheden
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), welke was ingetrokken wegens onvolledige informatie over zijn werkzaamheden. Na intrekking vroeg appellant opnieuw bijstand aan, die door het college werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd.
In hoger beroep stelde appellant dat hij zijn gedrag had veranderd en alleen nog werkte tijdens opgegeven uren, ondersteund door een verklaring van zijn werkgever. De Raad oordeelde echter dat appellant onvoldoende had aangetoond dat hij na het intrekkingsbesluit alleen nog werkte tijdens de opgegeven uren en niet meer voor sociale activiteiten aanwezig was.
De verklaring van de werkgever was achteraf opgesteld en niet verifieerbaar, terwijl eerdere verklaringen van appellant zelf aangaven dat hij ook buiten werktijden aanwezig was. Daarom was er geen reden voor het college om nader onderzoek te doen en werd het hoger beroep afgewezen.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen omdat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een relevante wijziging van omstandigheden.