ECLI:NL:CRVB:2015:2359
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op bezoldiging wegens langdurige arbeidsongeschiktheid zonder dienstverband
Appellante is sinds 1978 werkzaam bij de gemeente Utrecht en heeft sinds 2011 conflicten met haar leidinggevende, wat leidde tot een mediationtraject en tijdelijke werkzaamheden elders. Na beëindiging van het mediationtraject weigerde zij terug te keren naar haar oorspronkelijke functie, ondanks een besluit daartoe door het college.
In januari 2013 hervatte appellante haar werkzaamheden, maar meldde zich kort daarna ziek. Het college besloot in juli 2013 een korting van 10% op haar bezoldiging toe te passen wegens langdurige arbeidsongeschiktheid, gebaseerd op artikel 7:8 van Pro de Arbeidsvoorwaardenregeling Utrecht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, omdat geen sprake was van arbeidsongeschiktheid in en door de dienst.
In hoger beroep stelde appellante dat het college onvoldoende zorg had gedragen voor begeleiding door een psycholoog, wat volgens haar leidde tot buitensporige omstandigheden. De Raad oordeelde echter dat het college wel degelijk passende begeleiding had geregeld en dat het niet gebruiken daarvan de eigen verantwoordelijkheid van appellante was.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee de korting op de bezoldiging gehandhaafd blijft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting op de bezoldiging wegens langdurige arbeidsongeschiktheid zonder dat sprake is van arbeidsongeschiktheid in en door de dienst.