ECLI:NL:CRVB:2015:2416
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering niet verantwoord persoonsgebonden budget 2011
Appellant ontving voor 2011 een persoonsgebonden budget (pgb) van bijna €30.000, waarvan het Zorgkantoor na controle slechts €19.771,23 als verantwoord accepteerde. Het resterende bedrag van €9.927,88 werd teruggevorderd wegens onvoldoende verantwoording.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de eerste terugvordering niet-ontvankelijk en het beroep tegen de tweede terugvordering ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de betalingen aan diverse zorgverleners, waaronder familieleden, wel degelijk zorg betroffen en dat sommige zorgovereenkomsten stilzwijgend waren verlengd.
De Raad oordeelde dat appellant niet voldeed aan de aan het pgb verbonden verplichtingen, zoals het overleggen van zorgovereenkomsten, betalingsbewijzen en nota’s die samenhang vertonen. Betalingen aan zorgverleners zonder geldige zorgovereenkomst of onderbouwing werden niet geaccepteerd. Ook het beroep op hogere uurtarieven zonder schriftelijke vastlegging faalde.
De Raad bevestigde dat het Zorgkantoor terecht het pgb lager heeft vastgesteld en het niet-verantwoorde bedrag mocht terugvorderen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van €9.927,88 door het Zorgkantoor bevestigd.