ECLI:NL:CRVB:2015:2484
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde WAO-uitkering ondanks bezwaar appellant
Appellante ontving een WAO-uitkering naast inkomsten uit haar eigen bedrijf. Het UWV constateerde dat zij over 2009 en 2010 onverschuldigd uitkering had ontvangen vanwege haar bedrijfsinkomsten. Na terugvordering en bezwaar over 2009 werd het bedrag aangepast en terugbetaald. Voor 2010 vorderde het UWV eveneens terug, maar appellante kwam niet in bezwaar tegen het besluit dat de uitkering niet werd uitbetaald.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht de te veel betaalde uitkering terugvorderde, ook al investeerde appellante haar winst weer in haar onderneming en hield zij geen privé-inkomsten over. In hoger beroep voerde appellante aan dat alleen de netto privé genoten winst teruggevorderd mocht worden en dat er dringende redenen waren om terugvordering te matigen.
De Raad oordeelde dat het bezwaar tegen het besluit van 7 november 2012 niet ontvankelijk was en dat het UWV verplicht was de bruto bedragen terug te vorderen. De argumenten van appellante waren onvoldoende om het bestreden besluit te vernietigen. Er waren geen uitzonderlijke omstandigheden die tot matiging van de terugvordering leidden. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de bruto te veel betaalde WAO-uitkering over 2010 en wijst het hoger beroep van appellante af.