ECLI:NL:CRVB:2015:2497
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en onduidelijkheid aandeel woningvermogen
Appellanten ontvingen langdurig bijstand, maar het college ontdekte via onderzoek dat appellant mede-eigenaar was van een woning in Marokko, hetgeen niet was gemeld. Op basis van verklaringen van appellant, een mokkadem en een taxatierapport werd geconcludeerd dat de woning een waarde had van circa €49.500.
Het college herzag de bijstand en vorderde de kosten terug wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank oordeelde dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld vanwege onduidelijkheid over het aandeel van appellant in de woning, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
In hoger beroep betwistten appellanten de juistheid van hun verklaring, maar de Raad verwierp dit en bevestigde dat zij de inlichtingenverplichting hadden geschonden. Omdat niet duidelijk was welk aandeel appellant had, kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.