Uitspraak
OVERWEGINGEN
4.3. De door appellante aangevoerde omstandigheid dat er geen werkgever is die haar met haar klachten in dienst zal nemen, kan bij de Wet WIA beoordeling geen rol spelen. Bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid moeten eventuele belemmeringen om de voorgehouden functies feitelijk te verkrijgen, op grond van artikel 6, tweede lid, van de wet WIA buiten beschouwing gelaten worden. Verder is niet gebleken van zodanige kenmerken van appellante dat van een werkgever in redelijkheid niet kan worden verlangd haar te werk te stellen als bedoeld in artikel 9, onder e, van het Schattingsbesluit.