ECLI:NL:CRVB:2015:2743
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-thuiswonen ondanks inschrijving GBA-adres
Appellante ontving studiefinanciering op basis van de norm voor uitwonende studenten, terwijl zij volgens de minister sinds 1 januari 2012 feitelijk thuiswonend was. Dit leidde tot een herzieningsbesluit en terugvordering van € 3.456,48. De minister baseerde dit op een huisbezoek waarbij de broer van appellante, geregistreerd als hoofdbewoner, verklaarde dat appellante al anderhalve maand niet meer op het GBA-adres woonde en bij haar toekomstige echtgenoot was ingetrokken.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de minister terecht uitging van de verklaring van de broer en het huisbezoekrapport. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek niet zorgvuldig was en het besluit onvoldoende was gemotiveerd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de minister aannemelijk heeft gemaakt dat appellante niet op het GBA-adres woonde, en dat de verklaring van de broer rechtsgeldig is. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die nader onderzoek vereisten. De Raad acht de verklaring van de broer geloofwaardig en wijst de stellingen van appellante over onjuiste handtekeningen en onjuiste interpretaties af.
De Raad bevestigt daarmee de eerdere uitspraak en het bestreden besluit, en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de studiefinanciering blijft in stand.