ECLI:NL:CRVB:2015:2745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds oktober 2003 wegens rugklachten arbeidsongeschikt is, verzocht om een WAO-uitkering. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde deze uitkering op grond van het ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid sinds de eerdere beoordeling in 2004. Na bezwaar en beroep werd dit besluit bevestigd.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn rugklachten sinds 2006 waren verergerd, onder meer door een tweede hernia, en overhandigde medische verklaringen ter onderbouwing. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de medische gegevens geen aanwijzingen bevatten voor een verslechtering van de rugbeperkingen ten opzichte van de eerdere beoordeling.
Daarnaast werd het beroep op overschrijding van de redelijke termijn volgens artikel 6 EVRM Pro verworpen omdat de procedure binnen een redelijke termijn was afgerond. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid.